Seizoen en klimaat

Wat doet u wanneer? De tuin in twaalf maanden

Foto: Richard Humphrey · CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Januari tot maart: plannen en snoeien

In de winter is er weinig te doen en juist daarom is het de beste tijd om te bedenken wat er anders moet. De tuin ligt kaal, dus de structuur — of het gebrek daaraan — is goed te zien.

Aan werk: appel en peer snoeien in de winterrust, en in maart de vaste planten en grassen terugknippen die u de winter over hebt laten staan. Grond bewerken doet u pas als hij niet meer plakt; te vroeg op natte klei lopen kost u een seizoen. Een uitgebreidere maandkalender houdt Groei & Bloei bij.

April en mei: het drukste moment

April is de maand van doorzaaien, verticuteren, bemesten en planten. De bodem is warm genoeg — boven de tien graden — en er is nog voldoende vocht, waardoor alles aanslaat.

Wacht met vorstgevoelige planten en met het buitenzetten van kuipplanten tot half mei, na de IJsheiligen. Dat is geen bijgeloof maar een statistisch patroon: nachtvorst in de tweede helft van mei is zeldzaam, ervoor niet.

Juni tot augustus: bijhouden

In de zomer verandert het werk van aanleggen in onderhouden: water geven, uitgebloeide bloemen weghalen zodat er nieuwe komen, en de haag knippen na het broedseizoen.

Eind juni is ook het moment om voorjaarsbloeiende heesters te snoeien, kort na de bloei. En als het droog blijft: liever één keer flink water geven dan elke avond een beetje.

September en oktober: de beste plantmaanden

Het najaar is de meest onderschatte periode van het tuinjaar. De grond is nog warm van de zomer, er valt weer regen, en planten maken wortels zonder dat ze meteen blad hoeven te maken.

Alles wat u in oktober plant, staat in het voorjaar een maand voor op wat u in april plant. Het is ook de tijd voor bloembollen: eerst de vroege soorten, tulpen als laatste tot in november. Op de foto bij dit artikel ziet u het resultaat daarvan — tulpen en hyacinten die in april bloeien omdat ze in het najaar de grond in gingen.

November en december: afronden

Blad van het gazon en van de vijver, potten beschermen, de buitenkraan aftappen en de slang leeg maken. Snoeigereedschap schoonmaken en olie op de scharnieren; een schaar die roestig het voorjaar in gaat, knipt niet meer schoon.

Verder: laten staan. Wat de winter in gaat aan stengels en zaaddozen, is voer voor vogels en onderdak voor insecten.

De twee data die het meest uitmaken

Als u van deze hele kalender twee momenten onthoudt, laat het dan half oktober zijn — planten en bollen — en half maart — terugknippen en beginnen.

De rest is bijsturen. Een tuin die op de goede grond staat met planten die er passen, vraagt minder dan de meeste kalenders doen vermoeden. Zie grondsoort herkennen.

Veelgestelde vragen

Wanneer plant ik het beste?
In september en oktober. De grond is warm, er valt regen en de plant maakt wortels vóór het voorjaar. Alleen vorstgevoelige soorten kunt u beter tot mei uitstellen.
Wanneer zet ik bloembollen?
Van september tot november. Vroegbloeiers eerst, tulpen mogen tot in november en zelfs nog in december als het niet vriest.
Wat zijn de IJsheiligen?
De periode rond 11 tot 15 mei, waarna nachtvorst statistisch zeldzaam wordt. Vorstgevoelige planten zet u daarna pas buiten.
Lees ook
Winterklaar maken
Seizoen en klimaat

Winterklaar maken

Snoeien: wanneer?
Grond en beplanting

Snoeien: wanneer?