Het gaat niet alleen om de honingbij
In Nederland leven ongeveer 360 soorten wilde bijen, en van die groep staat meer dan de helft onder druk. De honingbij is er daar één van, en die wordt door imkers gehouden — het zijn juist de wilde soorten die het moeilijk hebben.
Dat verandert wat een tuin nuttig maakt. Een bijenkast plaatsen helpt de wilde soorten niet; meer bloemen, langer bloeiend, en nestgelegenheid wél. Wat u zelf kunt doen staat overzichtelijk bij Nederland Zoemt.
Enkele bloemen, geen gevulde
De belangrijkste vuistregel bij het kopen van planten: kies enkelbloemige soorten. Bij gevulde bloemen zijn de meeldraden weggekweekt ten gunste van extra blaadjes — mooi voor het oog, maar er valt niets te halen.
Op de foto bij dit artikel ziet u waar het om draait: een bij op een lavendelbloem, met het hart van de bloem gewoon toegankelijk. Datzelfde geldt voor kattenkruid, salie, zonnehoed, duizendblad en vlinderstruik.
Bloei van februari tot november
Het knelpunt zit niet in juni — dan bloeit alles — maar aan de randen van het seizoen. Vroege hommelkoninginnen komen in februari uit en vinden dan vaak niets.
Zorg dus voor vroege bloeiers: krokus, longkruid, wilg en sneeuwklokje. En voor late: klimop is misschien wel de belangrijkste plant van het jaar, omdat hij in oktober bloeit als er verder bijna niets meer is. Laat een oude klimop dus bloeien in plaats van hem elk jaar strak te knippen.
Nestgelegenheid: vooral kale grond
Van de wilde bijen nestelt het overgrote deel in de grond, niet in een bijenhotel. Ze hebben een zonnig, open stukje zand of zavel nodig zonder beplanting en zonder mulch.
Een halve vierkante meter kale, zonnige grond is dus waardevoller dan het duurste insectenhotel. Hangt u er toch een op, kies dan één met gladde, geboorde gaten van drie tot acht millimeter in hardhout, op het zuiden, uit de regen — en niet die met dennenappels en glasbuisjes.
Vlinders hebben ook waardplanten nodig
Nectar voedt de vlinder, maar rupsen eten iets anders. Zonder waardplanten voor de rupsen komen er geen nieuwe vlinders, hoeveel vlinderstruik u ook plant.
Brandnetel is de waardplant van dagpauwoog, kleine vos en atalanta. Koolwitjes leven van kruisbloemigen. Een hoek met brandnetel op een zonnige plek is dus geen verwaarlozing maar de voorwaarde voor de vlinders die u in augustus op de vlinderstruik ziet.
Wat u laat
Geen insecticiden, ook niet de middelen die 'natuurlijk' heten — die maken geen onderscheid tussen een luis en een zweefvlieg. Bladluis lost zich meestal binnen twee weken op zodra lieveheersbeestjes en zweefvliegen erop afkomen.
Verder: minder maaien. Een strook gras die u van april tot september laat staan, levert binnen één seizoen klaver, boterbloem en madelief op, en daarmee meer bloei dan de meeste borders. Zie ook gazon onderhouden.

